Een betaalbare woning voor starters

Een betaalbare woning voor starters vinden lijkt steeds moeilijker. Correctie, een woning voor starters vinden is verschrikkelijk moeilijk. Zeker in de Randstad. Mijn zoon werkt, heeft zijn diploma gehaald en verhuisde voor zijn baan naar Zuid-Holland. Toch lukt het hem niet om een betaalbare huurwoning te vinden. Als moeder zoek ik dagelijks naar een plek waar hij zelfstandig kan wonen.

Over twee maanden moet mijn zoon zijn huis uit. En ik weet niet waar hij dan moet wonen.

Dat is een zin waarvan ik nooit had gedacht dat ik die zou schrijven. Mijn zoon heeft zijn HBO-opleiding afgerond. Hij heeft een baan. Hij is vanuit Limburg naar Zuid-Holland verhuisd omdat daar werk voor hem was.

Hij doet wat we jonge mensen altijd vertellen dat ze moeten doen.

  • Een opleiding volgen.
  • Werk zoeken.
  • Zelfstandig worden.
  • Je eigen leven opbouwen.

Alleen ontbreekt er één essentieel onderdeel, namelijk een plek om te wonen. En dus zit ik als moeder iedere dag woningen te zoeken. Niet omdat hij niet wil zoeken. Omdat hij fulltime werkt.

En de woningmarkt verwacht blijkbaar dat je naast een fulltimebaan ook een fulltime woningzoeker bent.

Van Airbnb naar hotel naar tijdelijke huur

Toen mijn zoon naar de Randstad verhuisde, had hij natuurlijk niet meteen een woning. Eerst een maand Airbnb. Daarna een maand hotel. Een bed om te slapen voor ruim tweeduizend euro per maand. Uiteindelijk vonden we een appartement dat hij via de Leegstandswet kon huren.

Een tijdelijke opluchting. Eindelijk een eigen plek. Maar we wisten dat het tijdelijk was. De woning wordt afgebroken en daarom moet hij eruit. Over ongeveer twee maanden is het zover.

En dus begint alles opnieuw.

Het vreemde is: hij heeft gewoon een baan

Dit is misschien wel het gedeelte dat ik het moeilijkst te begrijpen vind. Mijn zoon heeft geen uitkering. Hij vraagt niet om een gratis woning. Hij wil niet voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.

Maar als alleenstaande starter loop je in Nederland tegen allerlei grenzen aan.

Huurvoorwaarden

Voor sociale huur geldt in 2026 voor een eenpersoonshuishouden een algemene inkomensgrens van    € 51.537. Maar er is daarnaast ook een regeling voor passend toewijzen. Voor een eenpersoonshuishouden ligt die inkomensgrens in 2026 op € 29.400. Dat wil zeggen dat je met een salaris tussen € 29.400 en € 51.537 toch niet in aanmerking komt voor sociale huur.

Dus dan maar particuliere woningen; daar gelden vervolgens weer andere inkomenseisen. Verhuurders eisen dat een huurder 3,5 tot vier keer de maandhuur aan bruto-inkomen verdient. Een woning van € 1.250 ( 40–50 m²) betekent dan al snel dat je een bruto-inkomen van € 4.375 tot € 5.000 per maand moet kunnen aantonen.

Voor een alleenstaande starter is dat nogal een drempel. Zeker als vakantiegeld, bonus of andere inkomensbestanddelen niet worden meegerekend.

En zo ontstaat een merkwaardige situatie: te veel inkomen voor sommige betaalbare regelingen, maar te weinig inkomen voor een groot deel van de particuliere huurmarkt.

Alleen zoeken maakt de drempel nog hoger

En dan is er nog iets waar hij tegenaan loopt: alleen zoeken is simpelweg een nadeel op deze woningmarkt. Hij heeft nog geen netwerk, geen vriendenclubje waarmee hij samen een huis kan huren.

Mijn zoon zoekt in zijn eentje. Een alleenstaande starter heeft één inkomen. Geen partnerinkomen om bij op te tellen, geen tweede salaris waarmee je gemakkelijker aan de inkomenseis van een verhuurder voldoet.

Bij veel particuliere huurwoningen wordt gekeken naar het bruto maandinkomen. Soms wordt daarbij een inkomenseis gehanteerd van bijvoorbeeld drieënhalf of vier keer de maandhuur. Wie samenwoont en twee inkomens kan meetellen, komt dan al snel boven zo’n grens uit.

Een woning van € 1.200 per maand? Voor een alleenstaande kan de inkomenseis dan enorm hoog uitvallen.

Voor twee werkende mensen ligt dat anders. Twee inkomens kunnen samen net het verschil maken tussen “u voldoet niet aan de inkomenseis” en “u bent welkom om te reageren.” En ik snap dat een verhuurder zekerheid wil over de betaling van de huur.

Een ‘goedkope studentenwoning’ dan?

Soms staat er een studio (30 m²) rond de 1000 euro te huur. Niet goedkoop — maar wel binnen zijn budget. Blijkt dat alleen studenten in aanmerking komen. Welke student kan een huur van duizend euro opbrengen, vraag ik me af?

En waarom is een student voor een verhuurder eigenlijk aantrekkelijker dan een jonge, werkende huurder?

Het antwoord is pijnlijk simpel. Een studentenwoning kan met een zogenoemd campuscontract specifiek voor studenten worden verhuurd. Zodra de huurder niet meer studeert, kan de verhuurder onder de daarvoor geldende voorwaarden de huur beëindigen en de woning opnieuw aan een student verhuren. Dat geeft de verhuurder iets wat bij een gewone huurder veel moeilijker te realiseren is: flexibiliteit bij het beëindigen van de huur.

En dan zijn er nog de makelaarssites

Alsof het zoeken naar een woning nog niet frustrerend genoeg is, kom je ook websites tegen waar je moet betalen om je in te schrijven of om op woningen te kunnen reageren.

Dus betaal je. Want je denkt: misschien is dit dan eindelijk een ingang. Misschien is dit de woning waarmee het wél lukt.

Maar vervolgens gebeurt er niets.

De telefoon wordt niet opgenomen. Op e-mails komt geen reactie. Een contactformulier lijkt in een zwart gat te verdwijnen. En ondertussen ben je wél je geld kwijt.

Ik vind dat misschien nog wel het meest wrang: dat je in een woningmarkt waarin mensen al wanhopig op zoek zijn naar een plek om te wonen, ook nog moet betalen voor de belofte van een kans. Je weet soms niet meer welke websites betrouwbaar zijn en welke niet. Je probeert alles, omdat je geen enkele mogelijkheid wilt laten liggen. Want stel dat juist díé woning via die site beschikbaar komt?

En blijkbaar is dat gebrek aan vertrouwen niet alleen mijn gevoel.

Misstanden bij makelaars

De NOS berichtte onlangs dat er vanuit de makelaardij al langere tijd klachten en signalen over misstanden zijn. Uit onderzoek in opdracht van de minister had bijna een derde van de respondenten minstens één negatieve ervaring met een makelaar. De overheid wil daarom het toezicht aanscherpen, onder meer met een landelijk makelaarsregister en een klachtenloket. Concrete voorstellen voor nieuwe regels worden volgens de minister begin 2027 verwacht.

Dat nieuws gaat vooral over de makelaardij rond het kopen en verkopen van woningen. Mijn ervaring gaat over het zoeken naar een huurwoning. Maar het gevoel herken ik maar al te goed: als woningzoeker wil je weten met wie je te maken hebt. Je wilt weten waarvoor je betaalt. Je wilt antwoord krijgen als je een vraag stelt. En vooral: je wilt erop kunnen vertrouwen dat de spelregels eerlijk zijn.

Want als je wanhopig op zoek bent naar een huis, ben je kwetsbaar.

Je schrijft je overal in. Je betaalt soms voor een inschrijving. Je levert persoonlijke gegevens aan: je BSN-nummer, je bankrekening, je salarisstrookje, een werkgeversverklaring.

De woningmarkt kent geen medelijden met een fulltime baan

Mijn zoon werkt overdag.

Dus zoek ik, want ik heb wel de tijd en geen baas die over mijn schouder meekijkt. Ik zoek ’s morgens. Ik zoek ’s avonds. Ik kijk tussendoor. Ik bekijk advertenties, voorwaarden, inkomenseisen en inschrijfmogelijkheden. En zodra ik iets zie waarvoor hij mogelijk in aanmerking komt, reageer ik namens hem. Meteen. Soms zijn er binnen een paar uur al meer dan tweehonderd reacties.

Twee honderd. Op één woning.

En voordat je goed en wel hebt bedacht of je kans maakt, is de loting alweer gesloten. Dan begint het wachten. En soms hoor je helemaal niets. Of pas maanden later. Ondertussen gaat de klok verder.

Over twee maanden moet hij eruit.

Want wat als je geen moeder hebt die meezoekt?

Ik kan zoeken.Ik kan uren achter mijn computer zitten. Ik kan advertenties in de gaten houden. Ik kan documenten verzamelen.Ik kan meteen reageren. Maar niet iedere jongere heeft zo’n vangnet. Wat gebeurt er met een jonge werknemer die geen ouders heeft die kunnen helpen? Of met iemand wiens ouders zelf financieel nauwelijks rondkomen?

Wat gebeurt er met iemand die na zijn opleiding vanuit een andere provincie naar een baan verhuist?

Wat gebeurt er als een hotel van € 2.000 per maand helemaal geen optie is? Dan wordt het woningprobleem ineens geen ongemak meer.

Dan wordt het bestaansonzekerheid.

Mijn zoon vraagt geen luxe

Hij wil geen villa. Geen penthouse. Geen koopwoning van zes ton. Hij wil geen woning die groter is dan hij nodig heeft. Hij wil een normale woning. Een plek waar hij na zijn werk thuiskomt.Waar zijn spullen staan. Waar hij kan koken. Waar hij zijn vrienden kan ontvangen.Waar hij zijn leven kan opbouwen.Een sleutel. Een adres. Een thuis. Is dat tegenwoordig zoveel gevraagd?

Over twee maanden

Over twee maanden moet mijn zoon zijn sleutel inleveren. Ik hoop dat hij tegen die tijd een nieuwe woning heeft gevonden.

Ik blijf zoeken. Hij blijft reageren zodra hij tijd heeft. En misschien hebben we geluk. Maar eigenlijk zou een jonge, werkende starter niet afhankelijk moeten zijn van geluk. Een woning vinden zou geen tweede fulltimebaan moeten zijn. Een hotel zou geen structurele oplossing moeten worden.

Herken je dit?

Misschien heb jij ook een zoon of dochter die werkt, maar geen woning kan vinden.

Misschien ben je zelf die starter die iedere dag opnieuw reageert, wacht en hoopt. Of misschien ben je een ouder die inmiddels net als ik woningen zoekt, omdat je kind overdag gewoon aan het werk is.

Ik zou graag weten hoe het bij jullie gaat. Hoe lang zoeken jullie al? Waar lopen jullie tegenaan? En hoeveel van jullie zijn inmiddels noodgedwongen van tijdelijk onderdak naar tijdelijk onderdak gegaan? Laat het weten. Want misschien moeten we niet alleen praten over hoeveel woningen Nederland nodig heeft. Misschien moeten we ook weer gaan praten over voor wie die woningen bedoeld zijn.

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je dan op onze nieuwsbrief

Pin It on Pinterest

Share This